Hij, zij, hij, zij

il y a
2 min
1539
lectures
616

Écrire, pour parler un peu de soi, pour raconter surtout les autres, et pour accrocher sa mémoire aux histoires  [+]

Disponible en :

Hij trekt een oog open.
Zij is als eerste opgestaan.
Hij heeft moeite om op te staan.
Zij werkt in de keuken.
Hij pelt een sinaasappel.
Zij zet koffie.
Hij heeft vannacht niet veel geslapen.
Zij is vroeg naar bed gegaan en is als een blok in slaap gevallen.
Hij hoort het water in de badkamer stromen.
Zij zegt voor de derde maal dat ze te laat zullen komen.
Hij veegt de kruimels weg die zij niet meer ziet.
Zij neemt de mok weg die hij op tafel heeft laten staan.

Ze komen elkaar midden op de gang tegen.

Hij zet de auto op de inrit.
Zij trekt de caddie voort naar de markt.
Hij vloekt omdat zijn veter weer stuk is, hij heeft hem nog maar pas vervangen.
Zij moppert omdat hij vergeten is melk te kopen.
Hij brengt de krant en het brood mee.
Zij wringt de zwabber uit.
Hij zit voor zijn kruiswoordraadsel op een potlood te bijten.
Zij gaat aan de keukentafel zitten en schilt een paar groenten.
Hij bezeert zijn rug als hij de kastdeur weer vastschroeft.
Zij besluit dat ze volgende zomer opnieuw naar Nice gaan.

En ze komen elkaar midden op de gang tegen.

Zij heeft de gordijnen wijd open getrokken.
Hij heeft liever dat ze dicht zijn.
Zij is eindeloos bezig met opruimen, afdrogen, afstoffen.
Hij zit urenlang voor de tv.
Zij kamt haar verschoten haar steeds minder vaak.
Hij poetst zijn schoenen niet meer.
Zij geeft de katten een schoteltje melk.
Hij snoeit de hortensia’s.
Zij strijkt de kleren voor de week.
Hij pakt de riem van de hond.

En ze komen elkaar midden op de gang tegen.

Ze zucht terwijl ze de vaat van de vorige dag opruimt.
Hij pruttelt tegen als ze hem opjaagt.
Ze checkt voor de derde maal of het gasvuur uit is.
Hij is alweer zijn sleutels vergeten.
Zij klopt de kussens op.
Hij laat de rolluiken neer.
Zij roept haar dochter.
Hij informeert naar zijn broers.
Hij brengt de post naar binnen.
Zij brengt hun dochtertjes naar het park.
Hij laat de radio aanstaan.
Zij zit op de sofa te dommelen.

En ze komen elkaar steeds weer midden op de gang tegen.

Op een dag zal ze hem languit op de grond vinden. Ze zal zijn naam in zijn oor schreeuwen, aan zijn armen schudden, met gebalde vuist slaan op de plek waar ze zijn hart niet meer zal voelen kloppen, omdat dat niet meer kan. Vandaag niet, daar niet, zo niet. Haar kneukels zullen wit uitslaan, zo hard omklemmen ze de telefoon waarin ze haar adres geeft, nogmaals, opnieuw, opdat de hulpdiensten snel zouden komen. Ze zal een dwaze hoop blijven koesteren, niet willen aanvaarden dat het al te laat is. Ze zal niet huilen. Ze zal documenten moeten verzamelen, formaliteiten regelen, bloemen bestellen, de kinderen waarschuwen.

Maar dat weten ze nog niet.

En intussen…

Zal zij de deken optrekken zodat hij het niet koud krijgt.
Zal hij haar danken voor het lekkere eten.
Zal zij de kraag van zijn overhemd gladstrijken.
Zal hij haar beneden voor de trap opwachten.
Zal zij hem aan de pillen doen denken die hij moet slikken.
Zal hij de tassen dragen als ze thuiskomen.
Zal zij oude liedjes zingen.
Zal hij tussen zijn tanden fluiten.
Zal zij lachen om zijn grapjes.
Zal hij zich zorgen maken als hij haar zwakker ziet worden.

En ze zullen doorgaan, leven, stapje voor stapje, in stilte.

Een laatste maal zullen ze de wijnroute volgen, zullen ze het oude huis openzetten, zullen ze aan de oever van het meer gaan zitten.

En ze zullen elkaar altijd en altijd en altijd weer midden op de gang tegenkomen.

Traduite par Katelijne De Vuyst

616
616

Vous aimerez aussi !

Très très courts

Vendanges tardives

Nicole Rousseau

J'en ai trouvé un autre, dimanche, sur le talus, à la lisière du champ.
Dès que l'on peut, on monte tailler les ceps, jusqu'à la lisière de barbelés. On met nos blouses, et pendant quelques... [+]